Back

Public study set

Waterkwaliteit en Woestijnplanten

44 questions · 3 topics · Made with PupilBot from the author's own notes

Make your own from your notes — free

Belgische biotische index

Numeric

Wat is de hoogst mogelijke waarde op de schaal van de Belgische biotische index?

Show the answer

Answer: Waarde: 10 (exact, zonder tolerantie).

De schaal loopt van 0 tot 10; 10 is dus de hoogste waarde.

Single choice

In twee waterlopen worden macro-invertebraten onderzocht. In welke waterloop wijst de waarneming op een betere waterkwaliteit?

  1. De waterloop met een grotere diversiteit aan macro-invertebraten.
  2. De waterloop met een kleinere diversiteit aan macro-invertebraten.
  3. Beide waterlopen, ongeacht de diversiteit aan macro-invertebraten.
  4. Geen van beide: macro-invertebraten zeggen niets over de waterkwaliteit.
Show the answer

Answer: De waterloop met een grotere diversiteit aan macro-invertebraten.

Een grotere diversiteit aan macro-invertebraten wijst op een betere waterkwaliteit.

Single choice

Een waterloop heeft een Belgische biotische index van 6. Welke beoordeling past daarbij?

  1. Matige vervuiling en matige kwaliteit.
  2. Weinig vervuiling en goede kwaliteit.
  3. Zware vervuiling en slechte kwaliteit.
  4. Geen tot geringe vervuiling en zeer goede kwaliteit.
Show the answer

Answer: Matige vervuiling en matige kwaliteit.

Een index van 6 valt in de categorie 5–6: matige vervuiling en matige kwaliteit.

Multiple choice

Welke uitspraken over steenvlieglarven en rattenstaartlarven zijn juist?

  1. Een steenvlieglarve overleeft alleen in zeer zuiver water.
  2. Een rattenstaartlarve is weinig gevoelig voor vervuiling.
  3. Een steenvlieglarve kan in principe overal leven.
  4. Een rattenstaartlarve overleeft alleen in zeer zuiver water.
Show the answer

Answer: Een steenvlieglarve overleeft alleen in zeer zuiver water. · Een rattenstaartlarve is weinig gevoelig voor vervuiling.

Steenvlieglarven zijn gevoelig voor vervuiling, terwijl rattenstaartlarven een hoge tolerantie hebben.

Fill in the blank

Om de Belgische biotische index te bepalen, combineer je het totale aantal gevonden ___ met gegevens over de meest ___ soort in hetzelfde water.

Show the answer

Answer: Leegte 1: soorten. Leegte 2: vervuilingsgevoelige.

De index houdt rekening met hoeveel verschillende soorten zijn gevonden én met de soort die het gevoeligst is voor vervuiling.

Fill in the blank

Macro-invertebraten zijn kleine ongewervelde diertjes van ongeveer ___ groot en zijn daardoor met het blote oog zichtbaar.

Show the answer

Answer: Leegte 1: 0,5 cm.

Macro-invertebraten zijn ongeveer een halve centimeter groot en kunnen zonder vergrootglas worden waargenomen.

Single choice

Welke voorwaarde geldt om bij de bepaling van de biotische index de groep vlokreeften en libellenlarven te gebruiken?

  1. Alle hoger gerangschikte groepen zijn afwezig.
  2. Er zijn meer dan één soort vlokreeften gevonden.
  3. Er zijn steenvlieglarven gevonden.
  4. Er zijn geen andere macro-invertebraten gevonden.
Show the answer

Answer: Alle hoger gerangschikte groepen zijn afwezig.

De rij voor vlokreeften en libellenlarven geldt wanneer alle groepen die erboven staan afwezig zijn. Andere, lager gerangschikte groepen hoeven niet afwezig te zijn.

Multiple choice

Welke combinaties van biotische index en waterkwaliteit zijn juist?

  1. 9–10: zeer goede kwaliteit
  2. 7–8: weinig vervuiling
  3. 9–10: zeer slechte kwaliteit
  4. 7–8: zware vervuiling
Show the answer

Answer: 9–10: zeer goede kwaliteit · 7–8: weinig vervuiling

Een index van 9–10 wijst op zeer goede waterkwaliteit; 7–8 wijst op weinig vervuiling en goede kwaliteit.

Single choice

In een waterstaal zitten vier individuen van dezelfde soort waterkever. Hoeveel soorten waterkevers zijn daarmee gevonden?

  1. Eén soort
  2. Twee soorten
  3. Vier soorten
  4. Geen soorten
Show the answer

Answer: Eén soort

Vier individuen van dezelfde soort tellen als één soort. Het aantal individuen is niet hetzelfde als het aantal soorten.

Single choice

Een onderzoeker wil in België de waterkwaliteit beoordelen aan de hand van gevonden macro-invertebraten. Welke index gebruikt de onderzoeker?

  1. De Belgische biotische index
  2. De gemiddelde Ellenberg-Hill-waarde
  3. De pH-schaal
  4. De schaal voor bodemvochtigheid
Show the answer

Answer: De Belgische biotische index

De Belgische biotische index wordt gebruikt om biotische factoren zoals gevonden macro-invertebraten te onderzoeken.

Multiple choice

Welke veranderingen kunnen de hoeveelheid zuurstofgas in water vergroten? Kies alle juiste antwoorden.

  1. Het water koeler maken
  2. De fotosynthese van groene waterplanten bevorderen
  3. Het water warmer maken
  4. De fotosynthese van groene waterplanten verminderen
Show the answer

Answer: Het water koeler maken · De fotosynthese van groene waterplanten bevorderen

In koel water kan meer zuurstofgas aanwezig zijn dan in warm water. Groene planten produceren via fotosynthese zuurstofgas in het water.

Multiple choice

Voor welke groepen geldt bij het bepalen van de biotische index de voorwaarde dat meer dan één soort gevonden moet zijn? Kies alle juiste antwoorden.

  1. Steenvlieglarven
  2. Kokerjufferlarven
  3. Eendagsvliegen
  4. Rattenstaartlarven
Show the answer

Answer: Steenvlieglarven · Kokerjufferlarven · Eendagsvliegen

Bij steenvlieglarven, kokerjufferlarven en eendagsvliegen staat de voorwaarde ‘Meer dan 1 soort gevonden’. Voor rattenstaartlarven geldt een andere voorwaarde.

Single choice

Een waterloop bevat 2 mg/l zuurstofgas. Welke gevolgtrekking past bij dat zuurstofgehalte?

  1. Vissen en veel andere waterdieren kunnen er niet meer leven.
  2. Het zuurstofgehalte is voldoende voor alle waterdieren.
  3. Alleen de hoeveelheid licht bepaalt nog of vissen er kunnen leven.
  4. Macro-invertebraten hebben geen zuurstofgas nodig.
Show the answer

Answer: Vissen en veel andere waterdieren kunnen er niet meer leven.

Een concentratie van 2 mg/l valt binnen het lage bereik van 0 tot 3 mg/l, waarbij vissen en veel andere waterdieren niet meer kunnen leven.

Fill in the blank

De biotische index is ontwikkeld om ___ factoren in een waterbiotoop te onderzoeken.

Show the answer

Answer: Leegte 1: biotische.

De index gebruikt levende organismen om biotische factoren te onderzoeken.

Single choice

Waarom krijgt elke soort macro-invertebraten een eigen biotische index?

  1. Omdat bepaalde macro-invertebraten niet in elk gebied voorkomen.
  2. Omdat alle macro-invertebraten in elk gebied voorkomen.
  3. Omdat alle soorten even gevoelig zijn voor vervuiling.
  4. Omdat de index uitsluitend het aantal individuen telt.
Show the answer

Answer: Omdat bepaalde macro-invertebraten niet in elk gebied voorkomen.

Het voorkomen van bepaalde macro-invertebraten verschilt per gebied; daarom krijgt elke soort een eigen index.

Multiple choice

Welke macro-invertebraten worden voor de biotische index in dezelfde groep als waterkevers ingedeeld?

  1. Zoetwaterpissebedden
  2. Muggenlarven
  3. Vlokreeften
  4. Rattenstaartlarven
Show the answer

Answer: Zoetwaterpissebedden · Muggenlarven

Zoetwaterpissebedden en muggenlarven staan in dezelfde groep als waterkevers; vlokreeften en rattenstaartlarven staan in andere groepen.

Single choice

Er zijn geen steenvlieg- of kokerjufferlarven gevonden, maar wel meer dan één soort eendagsvliegen en ook vlokreeften. Welke van deze groepen gebruik je dan om de biotische index te bepalen?

  1. Eendagsvliegen
  2. Vlokreeften
  3. Libellenlarven
  4. Rattenstaartlarven
Show the answer

Answer: Eendagsvliegen

De groep vlokreeften en libellenlarven wordt pas gebruikt als alle hoger geplaatste groepen afwezig zijn. Dat is hier niet zo: er zijn voldoende soorten eendagsvliegen gevonden.

Ellenberg-Hill-waarden

Numeric

Drie planten op dezelfde plaats hebben voor licht respectievelijk de Ellenberg-Hill-waarden $3$, $6$ en $9$. Wat is hun gemiddelde waarde voor licht?

Show the answer

Answer: Waarde: $6$ (exact, geen tolerantie).

Het gemiddelde is $(3+6+9)/3=6$.

Single choice

Een plant heeft Ellenberg-Hill-klasse $Z9$. Welke conclusie kun je daaruit trekken?

  1. De plant verkiest een meer basische bodem.
  2. De bodem heeft precies pH $9$.
  3. De plant verkiest een zuurdere bodem.
  4. De plant kan alleen bij een extreme pH overleven.
Show the answer

Answer: De plant verkiest een meer basische bodem.

$Z9$ duidt op een voorkeur voor een meer basische bodem. De klasse is geen pH-waarde.

Multiple choice

Een onderzoeker gebruikt Ellenberg-Hill-klassen om de groeiplaats van planten te beoordelen. Welke interpretaties zijn juist?

  1. Een plant in klasse $L9$ heeft volle zon nodig.
  2. Een plant in klasse $V12$ groeit onder water.
  3. Een plant in klasse $L1$ heeft volle zon nodig.
  4. Een plant in klasse $V1$ groeit onder water.
Show the answer

Answer: Een plant in klasse $L9$ heeft volle zon nodig. · Een plant in klasse $V12$ groeit onder water.

Binnen de lichtklassen staat $L9$ voor volle zon en $L1$ voor diepe schaduw. Binnen de vochtigheidsklassen staat $V12$ voor groei onder water en $V1$ voor het doorstaan van extreme droogte.

Fill in the blank

Een plant die op zeer voedselrijke bodem groeit, past bij klasse ___; een plant die op zeer zoute bodem groeit, past bij klasse ___.

Show the answer

Answer: Eerste invulvak: $N9$. Tweede invulvak: $S9$.

$N9$ hoort bij zeer voedselrijke bodem en $S9$ bij zeer zoute bodem.

Single choice

Bij een eenmalige meting is de bodem droog, maar de aanwezige planten wijzen met hun Ellenberg-Hill-waarden op vochtiger omstandigheden. Welke gegevens geven het beste beeld van de omstandigheden op lange termijn?

  1. De waarden van de aanwezige planten, omdat zij langere tijd op die plaats staan.
  2. Alleen de eenmalige bodemmeting, omdat planten geen aanwijzingen geven over hun omgeving.
  3. Beide gegevens uitsluitend voor het moment van de meting.
  4. Geen van beide, omdat abiotische omstandigheden niet uit planten zijn af te leiden.
Show the answer

Answer: De waarden van de aanwezige planten, omdat zij langere tijd op die plaats staan.

Een abiotische meting is een momentopname. Planten blijven langer staan en geven daardoor aanwijzingen over de omstandigheden op langere termijn.

Fill in the blank

Een terreinbeheerder maait een voedselrijke bodem. Om de bodem voedselarmer te maken en meer plantensoorten een kans te geven, moet hij daarna ___.

Show the answer

Answer: Invulling 1: het maaisel afvoeren (ook goed: het gemaaide gras afvoeren).

Door het maaisel af te voeren, verdwijnen voedingsstoffen van het terrein. Daardoor krijgen meer plantensoorten kans om er te groeien.

Numeric

Je onderzoekt planten vanaf het beginpunt op 0 meter tot en met het eindpunt op 30 meter, telkens om de 3 meter. Op hoeveel plaatsen kun je Ellenberg-Hill-waarden bepalen?

Show the answer

Answer: Waarde: 11 plaatsen (exact, geen tolerantie).

Tussen 0 en 30 meter liggen tien intervallen van 3 meter. Met beide eindpunten erbij zijn dat elf meetplaatsen.

Single choice

Een onderzoeker heeft planten op een meetplaats verzameld, maar weet nog niet welke soorten het zijn. Welke stap is nodig voordat hij hun Ellenberg-Hill-waarden kan opzoeken?

  1. Elke plant met een sleutel determineren
  2. Alleen de zuurgraad van de bodem meten
  3. De waarden van onbekende planten alvast middelen
  4. De planten eerst op grootte rangschikken
Show the answer

Answer: Elke plant met een sleutel determineren

Eerst wordt elke plant met een sleutel gedetermineerd. Daarna kunnen de bijbehorende waarden worden opgezocht.

Multiple choice

Welke ingrepen vergroten de hoeveelheid licht op een groeiplaats? Kies alle juiste antwoorden.

  1. Bomen snoeien
  2. Struiken snoeien
  3. Bomen planten
  4. Struiken planten
Show the answer

Answer: Bomen snoeien · Struiken snoeien

Bomen of struiken snoeien maakt een plek lichter; ze planten vermindert juist de hoeveelheid licht.

Aanpassingen van woestijnplanten

Multiple choice

Welke aanpassingen aan bladeren helpen planten om in droge gebieden te overleven? Kies alle juiste antwoorden.

  1. Helemaal geen bladeren meer hebben
  2. Zeer weinig bladeren produceren
  3. Bladeren tijdens droge periodes laten vallen
  4. Zo veel mogelijk bladeren produceren
  5. Juist tijdens droge periodes extra bladeren vormen
Show the answer

Answer: Helemaal geen bladeren meer hebben · Zeer weinig bladeren produceren · Bladeren tijdens droge periodes laten vallen

Via bladeren verliezen planten water. Daarom hebben aangepaste planten weinig of geen bladeren, of laten ze die in droge periodes vallen.

Single choice

Welke levenscyclus stelt een éénjarige plant in staat een droge periode in een woestijn te doorstaan?

  1. Ze overleeft als zaad en kiemt, groeit en bloeit snel na een regenbui.
  2. Ze groeit tijdens de droge periode en kiemt pas na de volgende droogte.
  3. Ze bloeit vóór de regenbui en vormt pas daarna haar eerste zaad.
  4. Ze blijft tijdens de droge periode als bloeiende plant groeien.
Show the answer

Answer: Ze overleeft als zaad en kiemt, groeit en bloeit snel na een regenbui.

Een éénjarige plant doorstaat de droogte als zaad en benut de regen om snel te groeien, te bloeien en nieuw zaad te verspreiden.

Single choice

Een plant heeft een verdedigingsstructuur die uit een vervormd blad is ontstaan en niet gemakkelijk afbreekt. Wat is die structuur?

  1. Een doorn
  2. Een stekel
  3. Een structuur die uit de opperhuid ontstaat en gemakkelijk afbreekt
  4. Een blad dat tijdens een droge periode afvalt
Show the answer

Answer: Een doorn

Een doorn is een vervormd blad. Een stekel ontstaat uit de opperhuid en breekt gemakkelijker af.

Multiple choice

Welke omstandigheden maken overleven voor woestijnplanten moeilijk? Kies alle juiste antwoorden.

  1. Er is weinig water beschikbaar.
  2. Hoge temperaturen versterken de verdamping van het beschikbare water.
  3. Dieren kunnen de planten opeten.
  4. Een overvloed aan water bedreigt de planten.
  5. Door een gebrek aan zonlicht verdampt het beschikbare water sneller.
Show the answer

Answer: Er is weinig water beschikbaar. · Hoge temperaturen versterken de verdamping van het beschikbare water. · Dieren kunnen de planten opeten.

Woestijnplanten hebben weinig water, verliezen door de hitte extra water en kunnen door dieren worden gegeten.

Fill in the blank

De „levende steentjes” beperken vraat door dieren door ___.

Show the answer

Answer: Blanco 1: te doen alsof ze niet leven (ook goed: zich als niet-levend voordoen).

Deze planten gebruiken geen doorn als bescherming, maar doen alsof ze niet leven.

Single choice

Welke wetenschappelijke naam hoort bij de plant die „levende steentjes” wordt genoemd?

  1. Lithops salicola
  2. Echinocactus grusonii
  3. Eendekroos
  4. Waterlelie
Show the answer

Answer: Lithops salicola

Lithops salicola is de wetenschappelijke naam die bij „levende steentjes” staat.

Fill in the blank

Echinocactus grusonii staat ook bekend als de ___.

Show the answer

Answer: Grootmoederstoel.

Grootmoederstoel is de vermelde naam voor Echinocactus grusonii.

Single choice

Welk voordeel hebben doornen voor planten in droge gebieden?

  1. Ze verminderen vraat door dieren.
  2. Ze zorgen ervoor dat dieren meer van de plant eten.
  3. Ze laten planten meer bladeren produceren.
  4. Ze voorkomen dat water door hoge temperaturen verdampt.
Show the answer

Answer: Ze verminderen vraat door dieren.

Doornen zijn een aanpassing die vraat door dieren vermindert.

Single choice

Waarom kan de bladpositie in de volle zon het waterverlies van woestijnplanten vergroten?

  1. Door de hoge temperaturen verdampt er extra water.
  2. Door de hoge temperaturen stopt de verdamping.
  3. In de volle zon krijgen de planten meer water.
  4. In de volle zon verliezen planten geen water via hun bladeren.
Show the answer

Answer: Door de hoge temperaturen verdampt er extra water.

De volle zon gaat gepaard met hoge temperaturen, waardoor het schaarse water extra verdampt.

Fill in the blank

Planten verliezen veel water door verdamping langs hun ___.

Show the answer

Answer: Bladeren.

Verdamping langs de bladeren veroorzaakt veel waterverlies.

Single choice

Een plant in een droog gebied heeft uitsteeksels die uit de opperhuid ontstaan. Hoe heten deze uitsteeksels?

  1. Stekels
  2. Doornen
  3. Bladeren
  4. Zaden
Show the answer

Answer: Stekels

Stekels ontstaan uit de opperhuid; een doorn is juist een vervormd blad.

Single choice

Een éénjarige plant in een droog gebied heeft een regenbui overleefd als zaad. Welke ontwikkeling volgt zodra er weer regen valt?

  1. Het zaad kiemt en de plant groeit en bloeit snel.
  2. De plant blijft tijdens de regenbui als zaad in rust.
  3. De plant bloeit eerst en kiemt daarna.
  4. De plant sterft voordat ze nieuwe zaden kan produceren.
Show the answer

Answer: Het zaad kiemt en de plant groeit en bloeit snel.

Na een regenbui kiemt het zaad snel; daarna groeit en bloeit de plant.

Multiple choice

Welke gebeurtenissen vinden bij een éénjarige plant in een droog gebied plaats voordat de plant na een regenbui afsterft? Kies alle juiste antwoorden.

  1. De plant produceert opnieuw zaad.
  2. De plant verspreidt haar zaad.
  3. De plant sterft af voordat ze bloeit.
  4. De plant stelt de kieming uit tot de volgende droge periode.
Show the answer

Answer: De plant produceert opnieuw zaad. · De plant verspreidt haar zaad.

Na de regenbui kiemt, groeit en bloeit de plant; ze produceert en verspreidt zaad voordat ze afsterft.

Single choice

Een plant in een droog gebied behoudt haar bladeren gedurende een natte periode, maar laat ze vallen zodra het droog wordt. Welke eigenschap van deze aanpassing is bepalend?

  1. De bladeren vallen specifiek in droge periodes.
  2. De bladeren vallen uitsluitend na een regenbui.
  3. De plant produceert nooit bladeren.
  4. De plant behoudt haar bladeren juist tijdens droge periodes.
Show the answer

Answer: De bladeren vallen specifiek in droge periodes.

Sommige planten laten hun bladeren specifiek in droge periodes vallen, wanneer beperking van waterverlies belangrijk is.

Numeric

Hoeveel verschillende manieren om vraat te verminderen worden genoemd als je doornen vormen, een lermijl produceren en zich levenloos voordoen afzonderlijk telt?

Show the answer

Answer: Waarde: 3 (exact, geen tolerantie).

Het gaat om drie afzonderlijke aanpassingen: doornen, een lermijl en zich voordoen alsof de plant niet leeft.

Single choice

Een plant in een droog gebied heeft nauwelijks bladeren en verliest daardoor minder water. Waarom kan een aanvullende aanpassing toch nodig zijn?

  1. De plant kan nog steeds door dieren worden gegeten.
  2. Weinig bladeren zorgen ervoor dat het gebied natter wordt.
  3. Weinig bladeren maken hoge temperaturen onmogelijk.
  4. De plant hoeft daardoor nooit meer water op te nemen.
Show the answer

Answer: De plant kan nog steeds door dieren worden gegeten.

Minder blad beperkt waterverlies, maar neemt de afzonderlijke uitdaging van vraat door dieren niet weg.

Multiple choice

Welke strategieën helpen een plant een droge periode door te komen zonder haar bladeren gedurende die hele periode te behouden? Kies alle juiste antwoorden.

  1. De bladeren in droge periodes laten vallen
  2. De droge periode als zaad overleven
  3. Een lermijl produceren tegen vraat
  4. Doornen vormen om vraat te verminderen
Show the answer

Answer: De bladeren in droge periodes laten vallen · De droge periode als zaad overleven

Bladval en overleven als zaad zijn twee verschillende manieren om een droge periode zonder blijvend blad door te komen. Een lermijl en doornen worden als bescherming tegen vraat beschreven.

Single choice

Twee planten in een droog gebied hebben scherpe uitsteeksels. Bij één plant breken die gemakkelijk af. Welke conclusie past bij dat verschil?

  1. De gemakkelijk afbrekende uitsteeksels zijn waarschijnlijk stekels; doornen breken minder gemakkelijk af.
  2. De gemakkelijk afbrekende uitsteeksels zijn waarschijnlijk doornen; stekels breken minder gemakkelijk af.
  3. Beide soorten uitsteeksels breken volgens dezelfde regel gemakkelijk af.
  4. De breekbaarheid zegt niets over het onderscheid tussen stekels en doornen.
Show the answer

Answer: De gemakkelijk afbrekende uitsteeksels zijn waarschijnlijk stekels; doornen breken minder gemakkelijk af.

Stekels ontstaan uit de opperhuid en breken, anders dan doornen, gemakkelijk af. Breekbaarheid helpt dus om de twee uitsteeksels te onderscheiden.

Studying something else?

Photograph your notes or import a PDF and PupilBot writes questions like these for you, grades your answers and schedules reviews.

Make your own from your notes — free